De Lipizzaner


De Lipizzaner is een paard met een rijke geschiedenis. Het meest bekende barokpaardenras met tevens het oudste stamboek van meer dan 450 jaar oud. De 'Kaiserschimmel' is tot op heden, bijna 100 jaar na de ondergang van het machtige Habsburger vorstenhuis, wereldwijd bekend dankzij het voortbestaan van de keizerlijke 'Spanische Hofreitschule' te Wenen. De oorspronkelijke taak van de Hofreitschule was om de leden van de keizerlijke familie te leren rijden en om hun paarden op te leiden en te trainen.  

 

  Rossthumblerplatz, buitenrijbaan keizerlijke stallen bij de Weense Hofburg rond 1580


Een winterrijschool werd tussen 1729 en 1735 gebouwd op gezag van keizer Karel VI in de Weense Hofburg, midden in de Oostenrijkse hoofdstad. Dit gebouw is bekend als de Spaanse Hofrijschool. 'Spaans' verwijst enerzijds naar de herkomst van de paarden. Anderzijds bevonden zich in de 16e en 17e eeuw veel Spaanse hovelingen aan het Habsburgse hof in Wenen, waaronder verschillende Spaanse rijmeesters die in de keizerlijke rijschool werkten.

Een levensgroot ruiterportret van Karel VI hangt prominent in de keizerloge en traditiegetrouw groet elke berijder hem bij binnenkomst in de rijbaan uit eerbetoon en als dankbetuiging.

 

Keizer Karel VI op Lipizzaner, schilderij van G. Hamilton

                  Keizer Karel VI op Lipizzaner, schilderij van G. Hamilton


Tot 1918 was het bezit van deze bijzondere paarden voorbehouden aan de leden van de keizerlijke familie. Trouwens waren ook de opvoeringen van de Hofreitschule alleen bestemd voor de keizer en zijn gasten.

De15jarige kroonprins Rudolf krijgt instructie in de Hofreitschule 1873


Goede hoogopgeleide paarden waren eeuwenlang een zeer kostbaar bezit en daarmee ook een belangrijk prestigeobject.


 

               Hedendaagse opvoering van de Hofreitschule. Lipizzaner in de Kapriole


In de 15de eeuw waren Spaanse paarden bij de Europese adelhuizen het non plus ultra. Omdat ze geïmporteerd moesten worden waren ze erg duur. Het hof in Wenen wilde niet alleen  onafhankelijk worden van deze import maar zich vooral ook onderscheiden van de overige vorstenhuizen door een eigen, een beter, het beste paard te fokken. Het moest een paard zijn dat geschikt is voor oorlogsgevechten man tegen man. Tegelijk moest dit paard een adellijke uitstraling bezitten, immers wilde de vorst ook te paard boven alle anderen uitblinken. Ook nu nog spreekt men bij de Lipizzaner van adel als gewenst raskenmerk. Het paard moest dus zowel qua exterieur als ook interieur voldoen aan hoge eisen: Naar de mens toe zacht, eerlijk en loyaal. Maar beslist van vurig temperament. Uitblinkend door gratie, moed en een sterk karakter. Gekenmerkt door grote intelligentie met een goed leervermogen. Tegelijk fysiek gehard en sober. Tenslotte hing in een gevechtssituatie het leven van de ruiter af van het uithoudingsvermogen van de partner paard, van zijn fysieke en psychische mogelijkheden.


Door kruising van paarden van Spaanse, Italiaanse (Napolitaner, een uitgestorven ras) en Berberse komaf ontstond in de voormalige Habsburgse Hofstoeterij de 'Spaanse Karster' (benoemd naar de regio Karst, een karstgebied gelegen in het zuidwesten van Slovenië en ten noordoosten van Italië) zoals de Lipizzaner oorspronkelijk werd genoemd. De naam Lipizzaner, naar het plaatsje Lipica waar de stoeterij gehuisvest was, werd pas veel later gebruikelijk. In 1815 werd ook Arabisch bloed ingekruist met de hengst Siglavy.  Dat ook inheemse boerenpaarden uit de Karst bij de fokkerij werden betrokken zoals soms wordt gesteld klopt trouwens niet.



Hedendaags Spaans paard

 Boven: Napolitaner, tekening uit 1650. Daaronder: Murgese, Italiaans ras dat veel bloed van de Napolitaner in zich draagt    


    Berber

Arabier



Hoewel er in de vier eeuwen fokkerijgeschiedenis van de hofstoeterij Lippiza (1580-1915) honderden hengsten van het Spaanse barokke type werden ingezet, ontstonden er uit eigen bloedlijnen een aantal hengstenstammen. Enkele, zoals Toscanello en Lipp, stierven reeds uit, maar we kennen nog steeds een zestal lijnen, die terugvoeren naar een stamvader in de 18e of 19e eeuw:

De stamvaders uit Lipica zijn:

1. PLUTO - Een in 1765 in de hofstoeterij Fredericksborg wit geboren zuiver Spaanse hengst. Hij kwam in 1771 naar Lipica.

2. CONVERSANO - een in 1768 geboren zwarte Napolitaanse hengst uit de stoeterij van graaf Conversano, Italië.

3. MAESTOSO - een in 1773 wit geboren hengst in de hofstoeterij te Kladrup van zuiver Spaanse komaf.


4. FAVORY - een valkkleurige hengst geboren in 1779 in de hofstoeterij te Kladrup van zuiver Spaanse komaf.


5. NEAPOLITANO - 1790 in Italië geboren bruine Napolitaanse hengst.

6. SIGLAVY - een in 1810 geboren Arabische schimmelhengst, die in 1816 direct in de woestijn werd aangekocht.

Sinds midden de 19de eeuw worden 2 hengstenlijnen uit de Hongaarse en Kroatische stoeterij erkent: INCITATO en TULIPAN, beiden van Spaanse komaf. 

Naast deze hengstenstammen worden ongeveer 60 merriefamilies onderscheiden, onderverdeeld in klassieke (dat wil zeggen in hofstoeterij Lippiza ontstaan), Hongaarse, Kroatische en Roemeense merriefamilies.


Aan de naam van een Lipizzaner kan men de afstamming aflezen. Er bestaat traditioneel het keizerlijke systeem, waarbij de stamvader van de betreffende lijn in de naam van het paard terug te zien is. Een mannelijke nakomeling van bijvoorbeeld Pluto zal deze naam dan dus ook dragen, met als toevoeging de naam van zijn moeder respectievelijk cijfers ter onderscheid. Voor merries gelden iets andere regels. In iedere merriestam komen traditiegetrouw een aantal variaties in namen voor. Een merrie krijgt per definitie een naam uit haar stam.    


Lange tijd kwamen de Lipizzaners in alle kleuren en kleurencombinaties voor. Totdat de keizer opdracht gaf de paarden op kleur te selecteren: Hij wilde en kreeg een representatief wit paard. Daarmee was de naam 'Kaiserschimmel' geboren. Maar ook nu nog worden ongeveer 5% zwarte of bruine Lipizzaners geboren.


      Lipizzanerkudde rond 1790, schilderij van G. Hamilton  


Lipizzaners werden en worden gefokt als tuigpaardtype en rijpaardtype. De beste rijpaarden komen heden ten dage uit de staatsfokkerij in Piber (Oostenrijk) en Lipica (Slovenië) door een strenge selectie op geschiktheid voor de oefeningen van de Hogeschool en de gebruiksruiterij.

Het verschijningsbeeld van de Lipizzaner is sinds meer dan 300 jaar bijna onveranderd. Hij heeft een elegante uitstraling, is compact en atletisch gebouwd met een stokmaat van 155 tot 160 cm. Hij is hard en beschikt over een groot uithoudingsvermogen. De hals is hoog aangezet. Schouders, hals en hoofd zijn perfect op elkaar afgestemd. Het vroeger nog typische ramshoofd dat terug gaat op de invloed van oud-Spaanse paarden, komt heden ten dage niet meer vaak voor. Wel hoort een convex hoofd bij de raseigenschappen, een fijne Arabische vorm is ongewenst. De ogen zijn groot en donker, vol uitdrukking en vertrouwen. De oren zijn middellang. De achterhand is sterk bespierd. De hoeven zijn heel hard, sierlijk en welgevormd. Manen en staart zijn weelderig en van fijn haar. De rug is goed geproportioneerd met een harmonieuze bovenlijn.     

De Lipizzaner staat op de lijst van de met uitsterven bedreigde huisdierrassen. Wereldwijd zijn er slechts 4000 exemplaren. Helaas maar vooral - onbegrijpelijk!  Want hoewel beslist geen paard voor beginners is de Lipizzaner toch een ideale partner voor alle disciplines. Of nou dressuur, mennen, springen of endurance - de Lipizzaner is een echte allrounder!

"Als je een Lipizzaner aanraakt dan raak je geschiedenis aan"  (Frank Westerman) 

Met Pluto wandelen op het Wekeromse zand